Eind augustus is het zover: duizenden jongeren verhuizen naar hun eerste studentenkamer en beginnen in september 2026 aan hun studie. En dan komt meteen de grote vraag: hoeveel geld heb je eigenlijk nodig per maand? Veel uitwonende studenten komen uit op een budget van rond de 1200 euro, opgebouwd uit studiefinanciering, een bijbaan en soms een bijdrage van ouders. Red je het daarmee? Het korte antwoord: ja, maar alleen als je je vaste lasten in de hand houdt.
De vaste lasten bepalen alles
De grootste hap uit je budget is je kamer. Reken in de meeste studentensteden op 500 tot 650 euro per maand, vaak inclusief energie en internet. Laten we voor het rekenvoorbeeld uitgaan van 550 euro. Daar komen nog wat kleinere vaste posten bij: je telefoonabonnement (zo'n 15 euro), een aansprakelijkheids- en inboedelverzekering (samen ongeveer een tientje) en een paar streamingdiensten of andere abonnementen (al snel 25 euro).
Word je 18 of ben je dat al, dan betaal je ook een eigen zorgverzekering. De premie lijkt fors, maar met zorgtoeslag blijft daar per saldo meestal maar een paar tientjes per maand van over. Zet die toeslag wel meteen aan het begin van je studie aan, anders betaal je maandenlang te veel.
Tel je dit op, dan zit je met vaste lasten rond de 630 tot 650 euro per maand. Meer dan de helft van je budget is dus al weg voordat je één boodschap hebt gedaan.
Boodschappen en dagelijks leven
Voor eten en drinken is 60 tot 70 euro per week een realistisch bedrag als je zelf kookt, dus zo'n 260 euro per maand. Kook je vaak samen met huisgenoten, dan kan het voor minder. Haal je regelmatig eten of lunch je elke dag buiten de deur, dan schiet deze post moeiteloos naar 400 euro en is je maandbudget ineens een probleem.
Reizen is voor de meeste studenten gelukkig geen grote kostenpost: met het studentenreisproduct reis je door de week of in het weekend gratis met het openbaar vervoer. Kies de variant die past bij hoe vaak je naar huis gaat.
Wat houd je over?
Met 550 euro huur, zo'n 90 euro aan overige vaste lasten en 260 euro boodschappen blijft er van 1200 euro ongeveer 300 euro per maand over. Dat klinkt ruim, maar daar moeten ook je studieboeken, kleding, kapper, cadeautjes, sportabonnement en avondjes uit van betaald worden. In september komen bovendien eenmalige kosten voorbij: introductieweek, boeken voor het eerste blok en spullen voor je kamer. Houd er rekening mee dat de eerste maand altijd duurder is dan de rest.
Drie gewoontes die het verschil maken
Werk met weekbudgetten
Deel wat je na de vaste lasten overhoudt door vier en zet dat bedrag per week apart. Is het op, dan is het op. Dat werkt beter dan aan het eind van de maand ontdekken dat er niets meer is.
Automatiseer je rekeningen
Laat huur, premies en abonnementen vlak na je inkomsten afschrijven. Wat daarna op je rekening staat, is echt te besteden.
Bouw een kleine buffer op
Zelfs 25 euro per maand opzij zetten scheelt stress als je laptop stuk gaat of je fiets gestolen wordt.
Kortom: met 1200 euro per maand red je het in september 2026 prima als uitwonende student, zolang je huur niet boven de 600 euro uitkomt en je je boodschappen in de gaten houdt. Krap? Zeker. Maar met weekbudgetten en een kleine buffer kom je zonder rood staan het studiejaar door.