Half augustus valt bij veel gezinnen de boekenlijst voor het nieuwe schooljaar in de bus. Gaat je kind na de zomer naar havo 4, dan staat daar bijna zeker een grafische rekenmachine op. En anders dan de schoolboeken krijg je dat apparaat niet gratis. Reken op een bedrag tussen de 110 en 160 euro, afhankelijk van het merk en waar je koopt.
Waarom schoolboeken gratis zijn en de rekenmachine niet
In het voortgezet onderwijs betaalt de school de lesmethodes: boeken, werkboeken en digitale licenties. Dat is wettelijk geregeld. Maar spullen die je kind persoonlijk gebruikt en meeneemt als het van school wisselt, vallen daarbuiten. Een grafische rekenmachine hoort in die categorie, net als een atlas, een woordenboek, gymkleding en een laptop. Die kosten komen dus voor rekening van de ouders.
Sommige scholen bieden de rekenmachine aan via een schoolpakket of via een huurconstructie. Dat is niet altijd goedkoper, dus het loont om even te vergelijken voordat je het aanvinkt op het bestelformulier.
Welke modellen mag je gebruiken
Voor het centraal examen is de lijst met toegestane rekenmachines beperkt. In de praktijk komt het neer op drie namen die je overal tegenkomt:
Texas Instruments TI-84 Plus CE-T
Het meest gebruikte model in Nederland. Nieuw kost deze rond de 140 tot 155 euro. Bijna elke wiskundedocent legt uit aan de hand van dit toestel, wat schelen kan als je kind snel wil kunnen meekijken.
Casio fx-CG50
Iets goedkoper, meestal 110 tot 130 euro, met een kleurenscherm en een menu dat veel leerlingen logischer vinden. Prima toegestaan, maar check wel of de school hem in de klas ondersteunt.
NumWorks
De nieuwkomer, rond de 100 euro. Modern en overzichtelijk, maar nog niet op elke school ingeburgerd.
Zo houd je de kosten lager
Een grafische rekenmachine gaat vier jaar mee, van havo 4 tot en met het examen, en vaak ook nog in het hbo. Tweedehands kopen is daarom een reele optie: op marktplaatsen en via schoolgroepen liggen de prijzen rond de 60 tot 90 euro. Let dan op twee dingen. De machine moet de examenstand hebben (bij Texas Instruments herkenbaar aan de toevoeging CE-T) en de batterij moet nog fatsoenlijk opladen. Een nieuwe accu vervangen kan, maar kost al snel 25 euro.
Wacht ook niet tot de laatste week van augustus. Rond de start van het schooljaar schieten de prijzen omhoog en zijn de goedkoopste aanbieders uitverkocht. Wie in juli of begin augustus bestelt, betaalt vaak tientjes minder.
Wat als het niet lukt om het te betalen
Zit een bedrag van 140 euro er niet in? Vrijwel elke gemeente heeft een schoolkostenregeling, bijvoorbeeld via Stichting Leergeld of het Jeugdfonds. Daar kun je een aanvraag doen voor precies dit soort spullen. Ook scholen zelf hebben soms een potje of een leenexemplaar voor leerlingen die het nodig hebben. Vraag het gerust na bij de mentor of de administratie, dat gebeurt vaker dan je denkt.
Meteen een geldles
Een uitgave van rond de 140 euro is voor een vijftienjarige best abstract. Maak het concreet: laat je kind zelf de drie modellen vergelijken, de tweedehandsprijzen opzoeken en uitrekenen wat de machine per schooljaar kost. Dan wordt zichtbaar dat 140 euro over vier jaar neerkomt op zo'n 35 euro per jaar. Sommige ouders spreken af dat het kind een deel meebetaalt uit zijn vakantiebaan, precies omdat het apparaat jarenlang van hem blijft.
Kortom: reken voor september 2026 op 110 tot 160 euro nieuw, of 60 tot 90 euro tweedehands, en houd er rekening mee dat de school hier niet aan meebetaalt. Bestel op tijd en check bij de docent welk model in de klas gebruikt wordt, dan koop je in een keer goed.