Wat is een realistisch spaardoel voor tieners
Veel ouders en jongeren vragen zich af hoeveel spaargeld een tiener eigenlijk zou ‘moeten’ hebben. Er bestaat geen vast bedrag dat voor iedereen klopt. Wel kun je werken met richtlijnen die passen bij leeftijd, zakgeld en eventuele bijbaan. Zo wordt sparen overzichtelijk en haalbaar.
Een handige vuistregel is om als tiener te streven naar het opzijzetten van ongeveer tien tot twintig procent van alles wat binnenkomt. Dat geldt voor zakgeld, kleedgeld en inkomen uit een bijbaan. Wie dit een paar jaar volhoudt, bouwt ongemerkt een mooi bedrag op zonder grote offers te brengen in het dagelijks leven.
Waarom sparen als je nog jong bent
Vrijheid en minder stress
Jong sparen draait niet alleen om het bedrag op de rekening, maar vooral om vrijheid. Met een eigen buffer hoef je minder vaak aan ouders te vragen of iets mag of kan worden voorgeschoten. Onverwachte kosten, zoals een kapotte telefoon of een fietsreparatie, zorgen dan niet meteen voor stress.
Wie al op jonge leeftijd gewend raakt om geld te verdelen in uitgeven en sparen, merkt later dat grotere keuzes, zoals een studie, rijlessen of een eigen huis, minder spannend voelen. Je weet dat je stap voor stap naar een doel kunt toewerken.
Voorbereiding op grote uitgaven
Tussen je twaalfde en achttiende komen er steeds meer uitgaven waarvoor ouders niet alles meer betalen. Denk aan een nieuwe laptop voor school, een vakantie met vrienden of de eerste rijlessen. Wie dan al een paar honderd euro heeft gespaard, kan meebeslissen en meebetalen. Dat geeft verantwoordelijkheid én trots.
Concrete bedragen per leeftijd als richtlijn
Richtbedragen tussen 12 en 15 jaar
Bij een gemiddelde hoeveelheid zakgeld en geen of weinig bijbaan is een spaarsaldo tussen de honderd en vijfhonderd euro op deze leeftijd een prima richtlijn. Zit een tiener daaronder, dan is er ruimte om iets vaker te sparen. Zit iemand erboven, dan is dat mooi, maar zeker geen verplichting.
Richtbedragen tussen 16 en 18 jaar
Vanaf zestien jaar hebben veel jongeren een bijbaan. Wie regelmatig werkt en een deel opzijzet, kan toewerken naar een buffer tussen de vijfhonderd en duizend euro. Dat is genoeg voor bijvoorbeeld de eerste rijlessen, een tweedehands scooter of een stevige bijdrage aan een tussenjaar of studie.
Hoe een tiener dat spaardoel echt kan halen
Vaste verdeling van inkomsten
Een praktische aanpak is om elke betaling automatisch in drie stukken te verdelen: een deel voor nu, een deel voor later in het jaar en een deel voor echt lange termijn. Dat kan bijvoorbeeld via een aparte spaarrekening of door binnen één rekening met duidelijke doelen te werken. Zo wordt sparen geen losse actie, maar een gewoonte.
Helder spaardoel kiezen
Sparen gaat makkelijker als er een concreet doel is. Een tiener kan bijvoorbeeld kiezen voor een bedrag voor noodkosten, een bedrag voor iets groots dat binnen een tot twee jaar nodig is en eventueel een klein begin voor heel lange termijn, zoals uit huis gaan. Het exacte bedrag is minder belangrijk dan het idee dat er bewust naartoe wordt gewerkt.
Rol van ouders en afspraken thuis
Ouders kunnen helpen door afspraken te maken over wie waarvoor betaalt. Als duidelijk is dat een tiener zelf bijdraagt aan bijvoorbeeld een telefoon of vakantie, wordt het logischer om elke maand iets opzij te zetten. Samen de bankapp bekijken en doelen bijstellen maakt sparen bovendien minder saai en meer een gezamenlijk project.